• ADR veiligheidsadviseur voor bedrijven

    ADR veiligheidsadviseur voor bedrijven

  • ADR veiligheidsadviseur voor transportbedrijven

    ADR veiligheidsadviseur voor transportbedrijven

ADR veiligheidsadviseur gevaarlijke stoffen

Een ADR veiligheidsadviseur heeft u nodig wanneer uw onderneming gevaarlijke goederen over de weg (laat) vervoeren, of het met dit vervoer samenhangende verpakken, beladen, vullen of lossen. Bedrijven zijn NIET verplicht om een eigen adviseur in vaste dienst te hebben. Deze kan ook extern worden ingehuurd. Graag bieden wij u onze diensten als ADR veiligheidsadviseur aan.


Transportbedrijven
Transportbedrijven

Als ADR veiligheidsadviseur kunnen wij u met raad en daad bijstaan en voor u de wettelijk voorgeschreven taken invullen. Jaarlijks brengen wij u een bezoek en voeren een audit uit. In deze audit nemen we de wettelijk voorgeschreven verplichtingen door aan de hand van het takenpakket van de veiligheidsadviseur.

Eigen rijder
Eigen rijder

Ook voor de Eigen rijder treden wij op als ADR veiligheidsadviseur. En dat tegen een zeer aantrekkelijk tarief. Aan de hand van de jaarlijkse audit wordt door ons het wettelijk voorgeschreven jaarverslag opgemaakt. Ook de wijzigingen in de regelgeving worden door ons in dit verslag aan u gecommuniceerd.

Bedrijven
Bedrijven

Bent u op zoek naar een ADR veiligheidsadviseur? Als adviseur controleren wij de opleidingen, nemen de vrachtdocumenten door, de verzekeringspolis, procedures enz. Aan de hand van de audit wordt door ons het wettelijk voorgeschreven jaarverslag opgesteld.

Checklist Beleidsregel veiligheidsadviseur

warehouse-1482301_960_720

Sinds 1 januari 2016 treedt de ILT handhavend op als de kwaliteit onvoldoende is van de veiligheidsadviseur of het jaarverslag van ondernemingen die gevaarlijke stoffen vervoeren. Dit document bevat een checklist om te kunnen toetsen of wordt voldaan aan de ‘Beleidsregel veiligheidsadviseur’ zoals gepubliceerd in Staatscourant 2014 nr. 27433. Dit met het oog op de voorschriften die zijn gesteld in sectie 1.8.3 van Bijlage 1 van de VLG, VSG en VBG.

Zo staat er in de checklist dat het de taak van de veiligheidsadviseur te controleren op de naleving van de voorschriften en dat de wijze waarop deze taak wordt ingevuld en een beschrijving van de resultaten moeten zijn opgenomen in het jaarverslag. Een andere taak van de veiligheidsadviseur is de onderneming van advies te dienen bij werkzaamheden die het vervoer van gevaarlijke stoffen betreffen. De wijze waarop deze taak wordt ingevuld en een beschrijving van de resultaten moeten zijn opgenomen in het jaarverslag

In de checklist voor de ADR veiligheidsadviseur wordt zo ook gevraagd of de incidenten/bijna incidenten/ernstige inbreuken, de analyse hiervan en de eventuele verbetervoorstellen naar aanleiding van deze incidenten beschreven worden.

Ook wordt er termijn aan het publiceren van het ADR jaarverslag gehangen: is er een jaarverslag opgesteld gaat deze over een periode van 12 maanden? Overigens hoeft dat geen kalenderjaar te zijn. De periode tussen het laatste en het daarop volgend jaarverslag mag echter niet meer bedragen dan zes maanden.

In dat het jaarverslag moet een omschrijving zijn opgenomen die zich toespitst op de activiteiten die betrekking hebben op het vervoer van gevaarlijke stoffen. De volgende punten moeten daarbij worden meegenomen, indien van toepassing:

  • Omschrijving van de gevaarlijke stoffen die samenhangen met de bedrijvigheid van de onderneming
  • Omschrijving van de handelingen die worden uitgevoerd
  • Omschrijving welke medewerkers betrokken zijn bij deze handelingen
  • Omschrijving van de omhullingen die worden gebruikt
  • Omschrijving vervoermiddelen in eigen beheer

Op basis van hoofdstuk 1.8 wordt gecontroleerd op de volgende praktijken en procedures (voor zover van toepassing):

  • De werkwijzen voor het identificeren van GS;
  • De praktijk voor de aankoop van voertuigen i.r.t. de te vervoeren gevaarlijke stoffen;
  • De werkwijzen ter controle voor het gebruikte materieel voor het laden en lossen cq. het vervoer;
  • De wijze waarop de betrokken medewerkers zijn opgeleid alsmede de documentatie ervan in hun dossier;
  • Passende noodprocedures voor eventuele ongevallen of voorvallen met GS inclusief de meldplicht;
  • Verrichte analyses en zo nodig opgestelde rapporten van ongevallen, voorvallen of ernstige inbreuken;
  • Passende maatregelen om herhaling van ongevallen, voorvallen of ernstige inbreuken te voorkomen;
  • Of in aanmerking is genomen van de wettelijke voorschriften en de bijzondere behoeften met betrekking tot het vervoer van GS, voor wat betreft de keuze en het gebruik van onderaannemers of andere tussenpersonen;
  • Uitgevoerde controles of het personeel dat aangewezen is voor het vervoer of het laden en lossen van GS beschikt over gedetailleerde uitvoeringsprocedures en instructies (evt. aangetoond door middel van een z.g. checklist;
  • Ingevoerde maatregelen voor de bewustmaking van de gevaren van het laden, lossen en vervoeren van GS;
  • Ingevoerde controlemethoden om ervoor te zorgen dat de documenten en de (veiligheids)uitrusting die het vervoer moeten begeleiden, zich aan boord van de vervoermiddelen bevinden en conform de voorschriften zijn;
  • • Ingevoerde controlemethoden om ervoor te zorgen dat de voorschriften met betrekking tot het laden en lossen worden nageleefd.

NB: Hierbij gaat het niet om een inhoudelijke beoordeling van de verschillende praktijken en procedures, maar een controle op de verwijzing hier naartoe vanuit het jaarverslag.

 

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutubeinstagramby feather

Wijzigingen in de ADR 2017

snelweg

Per 1 januari 2017 zullen er weer wijzigingen in de ADR doorgevoerd worden.

Hoewel het aantal wijzigingen behoorlijk is de impact voor de meeste gebruikers niet zo heel groot. Toch is opletten geboden aangezien kleine wijzigingen in de dagelijkse praktijk over het hoofd gezien kunnen worden. Een aantal wijzigingen:

De tekst van de voorschrift rondom vrijstellingen in samenhang met het vervoer van gassen / brandstof (1.1.3.2) zijn gewijzigd.

Schriftelijke examens mogen geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd als elektronische
examens, waarbij de antwoorden worden geregistreerd en geëvalueerd met gebruik van Elektronische Gegevensverwerking (EDP Electronic Data Processing), indien er aan voorwaarden wordt voldaan.

Het nieuwe voorschrift 5.2.1.9.1 geeft aan dat colli die lithiumcellen of lithiumbatterijen bevatten die zijn in overeenstemming met bijzondere bepaling 188 moeten worden gekenmerkt. Hiervoor wordt een nieuw label geintroduceerd.

Er komt een nieuw symbool ( zeven verticale strepen op de bovenste helft, groep batterijen, waarvan een beschadigd met een uitslaande vlam op de onderste helft): zwart; achtergrond: wit; cijfer ’9’ onderstreept in de benedenhoek: het zogenoemde label voor klasse 9A.

Uw ADR veiligheidsadviseur kan u informeren over de andere wijzigingen. Een complete presentatie over de wijzigingen kunt u hier verkrijgen.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutubeinstagramby feather

Ketenaansprakelijkheid in het ADR vervoer

snelweg

Regelmatig wordt ons als ADR veiligheidsadviseur de vraag gesteld wie verantwoordelijk is binnen de keten van het ADR gevaarlijke stoffen vervoer. Bij deze een korte beschouwing op de functie van afzender, de vervoerder en de belader.

In het ADR zijn functieomschrijvingen opgenomen, waaronder die van afzender. Een afzender heeft als taak de te vervoeren stoffen in te delen, te verpakken en etiketteren.  Hij informeert de vervoerder over de lading door informatie hierover te verschaffen in een vervoersdocument. Dat opmaken van het vervoersdocument mag hij uitbesteden aan de vervoerder, maar moet dan nog steeds wel waarborgen dat het vervoersdocument wordt opgemaakt. Dit doet hij door controle uit te oefenen.

Uit artikel 8:190 Burgerlijk wetboek blijkt dat de afzender de contractuele wederpartij van de vervoerder is. Als afzender is het zeer raadzaam om een overeenkomst met de contractpartijen op te stellen. In deze overeenkomst is het daarbij raadzaam een verwijziging naar de vervoersverplichtingen op te nemen, duidelijk aan te geven wie waarvoor verantwoorderlijk is en vrij te waren voor aansprakelijkheden van derden. In het zeevervoer kan de definitie van afzender overigens afwijken van die van het ADR. In het zeevervoer wordt onder afzender verstaan: diegene die de zending gereed maakt voor het vervoer

Ook de beladersfunctie is niet altijd duidelijk. Wie is nu verantwoordelijk. Wie belader is daar zegt het ADR niets over. Ook de vervoerswetging zegt niet wie er verantwoordelijk is voor het laden, het zekeren en het lossen. Alleen in het AVC is vastgelegd dat de afzender zal laden, stuwen en lossen tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. Bij het laden en lossen is het daarom raadzaam om een dudelijke laad- en losprocedure in ‘place’ te hebben, naast een duidelijke calamiteitenprocedure.

Meer informatie? Raadpleeg onze ADR veiligheidsadviseur gevaarlijke stoffen.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutubeinstagramby feather

Vervoer van beschadigde lithium batterijen

Multilaterale Overeenkomst M292, Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Op grond van randnummer 1.5.1 van Bijlage A van het ADR betreffende het vervoer van beschadigde lithium batterijen conform goedgekeurde voorwaarden van de bevoegde autoriteit voor bijzondere bepaling 376

  • 1. In afwijking van debepalingen van hoofdstuk 3.3 van het ADR, mogen cellen of batterijen met lithiumionen en metallisch lithium bevattende cellen of batterijen die zijn aangemerkt als dermate beschadigd of defect volgens bijzondere bepaling 376 dat zij niet meer overeenstemmen met het type dat is beproefd conform de van toepassing zijnde bepalingen van het Handboek beproevingen en criteria en die onder normale vervoersomstandigheden snel uiteen kunnen vallen, gevaarlijke reacties met andere stoffen kunnen aangaan of een vlam dan wel een gevaarlijke hitte-ontwikkeling of een gevaarlijke uitstoot van giftige, bijtende of brandbare gassen of dampen kunnen veroorzaken, niet worden vervoerd, behalve onder de voorwaarden zoals die zijn uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van een Overeenkomst-sluitende Partij van het ADR; deze bevoegde autoriteit kan ook een goedkeuring erkennen die door de bevoegde autoriteit is afgegeven van een land dat niet een Overeenkomstsluitende Partij van het ADR is, op voorwaarde dat deze goedkeuring in overeenstemming is met de toepasselijke procedures in het kader van ADR, de IMDG Code of de Technische Instructies van de ICAO.

  • 2. Deze Overeenkomst is geldig tot en met 31 december 2016 en is van toepassing op het vervoer op het grondgebied van alle Overeenkomstsluitende Partijen van het ADR, die deze Multilaterale Overeenkomst hebben ondertekend. Indien deze Overeenkomst wordt ingetrokken door een van de ondertekenaars, dan blijft deze tot de aangegeven datum van kracht voor het vervoer op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen van het ADR die de Overeenkomst* niet hebben ingetrokken.

* Deze overeenkomst is geïnitieerd en ondertekend door Duitsland op 3 december 2015 en mede ondertekend door Nederland op 26 mei 2016.

Voor advies met betrekking tot lithium batterijen raadpleegt u een ADR veiligheidsadviseur

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutubeinstagramby feather

Naast LQ etiket ook CLP etiketten

Regelmatig krijgen we vragen over het LQ etiket (gelimiteerde hoeveelheden of ook wel Limited quantities) op verpakken. De vraag concentreert zich dan met name of er dan ook geen CLP etiket op de verpakking moet.

Binnen de logistieke keten hanteren we in de opslag de ADR etikettering. Daar is een aantal jaren geleden binnen de PGS15 voor gekozen. We moeten echter niet vergeten dat we naast de vervoersregelgeving tevens te maken hebben met de Arbo voorschriften. Je moet je medewerkers tenminste informeren over de gevaren van de stoffen en aan de hand van het LQ etiket gaat dat niet lukken.

Volgens het Arbobesluit 4.6 en 4.7 moet je bij een calamiteit direct kunnen ingrijpen. Dat verplicht niet tot het etiketteren van alle transportverpakkingen, maar wel tot het inzichtelijk maken van gevaren. Dat kan door de pallet te etiketteren met GHS/ CLP etiketten of door een hele rij te markeren met een bord. Het beste is natuurlijk om het produktlabel met de CLP etiketten ook op de transportverpakking aan te brengen. Het arbeidsomstandighedenbesluit geeft in Artikel 4.1d aan dat in het geval van opslag van gevaarlijke stoffen in grotere hoeveelheden in speciale opslagruimten aan de eis wordt voldaan als de verplicte aanduidingen voor meerdere identieke verpakkingen dmv van één etiketafdruk opvallend en goed leesbaar zijn aangebracht. De aanduidingen zijn zodanig aangebracht dat voor elke afzonderlijk opgeslagen verpakking te allen tijde ter plekke duidelijk is dat de aanduidingen van toepassing zijn.

De ADR veiligheidsadviseurs van ons kunnen u bijstaan in uw vragen over de etikettering van verpakkingen. Heeft u al een ADR veiligheidsadviseur? Wij zijn u graag van dienst.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutubeinstagramby feather

Voorstellen van de Europese vereniging van de veiligheidsadviseur

De EASA, de Europese vereniging van de veiligheidsadviseur,  heeft een aantal voorstellen voor wetswijzigingen bij de UNECE ingediend. Deze voorstellen betreffen de onderwerpen ‘training’ en ‘veiligheidsadviseur’ en zijn besproken bij de Joint Meeting van de Working Party on the Transport of Dangerous Goods, van 14 tot 18 maart 2016 (WP.15/AC.1).

Een van de voorstellen betreft een model voor een ADR jaarverslag voor bedrijven die gevaarlijke stoffen vervoeren. De EASA stelt dat er op dit moment geen juridische minimumeisen voor een jaarverslag gelden en dat de kwaliteit van de jaarverslagen enorm verschilt van partij tot partij. Als er strengere eisen aan het jaarverslag verbonden zouden worden, zou dat de kwaliteit van het werk van de veiligheidsadviseur beter reflecteren. Daarom stelt de EASA een model-jaarverslag voor: een formulier waarop de minimumeisen zijn opgenomen. Dit formulier is opgenomen in het document waarin de voorstellen van de EASA staan (ECE/TRANS/WP.15/AC.1/2016/3).

Tevens stelt de EASA voor dat de competente autoriteiten voor de examinering een lijst met geharmonisererde examenvragen gaan bijhouden. Een dergelijke lijst, waarop dus vragen staan waaruit geselecteerd kan worden voor het examen, zou openbaar toegankelijk moeten zijn. De lijst heeft tot doel de examinering in de verschillende landen (meer) te harmoniseren.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutubeinstagramby feather

Binnengekomen vraag: is bij het vervoer van een tankcontainer een ADR basis voldoende?

ADR veiligheidsadviseur eigen rijder

 

Bestuurders van voertuigen waarmee gevaarlijke goederen worden vervoerd, moeten in het bezit zijn van een ADR certificaat, afgegeven door de bevoegde autoriteit, waarin staat dat zij hebben deelgenomen aan een opleiding en met goed gevolg een examen hebben afgelegd aangaande bijzondere voorschriften, die bij het vervoer van gevaarlijke goederen in acht moeten worden genomen.

Voorschrift 8.2.1.3 van de ADR zegt dat: ‘Bestuurders van voertuigen of MEMU’s waarmee gevaarlijke goederen worden vervoerd in vaste of afneembare tanks met een inhoud van meer dan 1 m3, bestuurders van batterijwagens met een gezamenlijke inhoud van meer dan 1 m3 en bestuurders van voertuigen of MEMU’s waarmee gevaarlijke goederen worden vervoerd in tankcontainers, transporttanks of MEGC’s met een individuele inhoud van meer dan 3 m3, op een transporteenheid, moeten een specialisatieopleidingscursus voor vervoer in tanks volgen die ten minste de in 8.2.2.3.3 genoemde onderwerpen omvat.’

Een ADR basis volstaat dus niet bij een tankcontainer van meer 3.000 liter.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutubeinstagramby feather

ILT gaat handhaven op kwaliteit ADR veiligheidsadviseur en jaarverslag

Afbeelding 166

Vanaf 1 januari 2016 treedt de ILT handhavend op als de kwaliteit ADR veiligheidsadviseur alsmede het jaarverslag van ondernemingen die gevaarlijke stoffen vervoeren tekort schiet.

Aanleiding hiervoor is dat uit controles van de ILT blijkt dat de kwaliteit van de veiligheidsadviseur en het jaarverslag dikwijls tekortschiet. Daarom is in 2014 de Beleidsregel veiligheidsadviseur opgesteld. Hiermee krijgt de inspectie meer mogelijkheden om goed te kunnen handhaven.

Handhaving op veiligheidsadviseur

De controles van de ILT zijn erop gericht om na te gaan of de veiligheidsadviseur zijn taken voldoende heeft ingevuld en voldoende de naleving van de voorschriften heeft gecontroleerd. Als blijkt dat aan één of meerdere controleaspecten niet wordt voldaan, zal de ILT bestuursrechtelijk handhaven.

Handhaving op het jaarverslag

Ook wordt er bestuursrechtelijk gehandhaafd op de aanwezigheid en de kwaliteit van het jaarverslag. De inspectie beoordeelt het jaarverslag op een aantal belangrijke aspecten die tenminste hierin aanwezig moeten zijn, zoals een beschrijving van:

• de algemene activiteiten en die van gevaarlijke stoffen van de onderneming;
• de werkzaamheden van de veiligheidsadviseur;
• de opleiding van de veiligheidsadviseur;
• incidenten, bijna incidenten of ernstige inbreuken, de analyse hiervan en de eventuele verbetervoorstellen naar aanleiding van deze incidenten;
• het beveiligingsplan ingevolge hoofdstuk 1.10 van het ADR, RID, ADN;
• procedures die betrekking hebben op de activiteiten van de onderneming;
• de controle op de naleving van de voorschriften door de veiligheidsadviseur;
• de adviserende taak van de veiligheidsadviseur richting de ondernemer.

De inspectie kan uiteindelijk besluiten om een dwangsom op te leggen. Daarvoor zijn de volgende bedragen vastgesteld:*

• Indien een onderneming geen veiligheidsadviseur heeft benoemd: € 5.000,00;
• Indien de veiligheidsadviseur niet kan aantonen dat hij zijn taken heeft uitgevoerd en/of niet kan aantonen dat hij heeft gecontroleerd op de praktijken en procedures met betrekking tot de activiteiten van de onderneming: € 2.500,00;
• Indien geen jaarverslag is opgesteld over de activiteiten van de onderneming: € 2.500,00;
• Indien het jaarverslag niet ingaat op de genoemde activiteiten van de onderneming: € 1.000,00.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutubeinstagramby feather

Handelingen met gevaarlijke stoffen door ADR chauffeur toegestaan na afspraken

Afvullen chemie

Handelingen met gevaarlijke stoffen door ADR chauffeurs zijn toegestaan zo luidt het oordeel van de WP.15. ADR chauffeurs mogen na afloop van het transport handelingen verrichten met gevaarlijke stoffen wanneer hierover afspraken zijn gemaakt tussen de vervoerder en ontvanger. Dit volgens de uitspraak van de Working Party on the transport of dangerous goods (WP.15) van de Unece in Genève op een schrijven van de CTGG.

Het openen van colli met gevaarlijke stoffen ná het lossen, bijvoorbeeld het aansluiten van gasflessen of leegmaken van een IBC in een voorraadvat, valt niet onder de werkingssfeer van het ADR. Het openen van colli met ADR stoffen ná het lossen valt volgens de WP.15 niet onder de werkingssfeer van het ADR. Het staat de ADR chauffeur dus vrij om na het transport handelingen te verrichten, uiteraard met inachtneming van lokale wetgeving.

De uitspraak volgt na een schrijven hierover vanuit het Nederlandse CTGG die een negatieve uitspraak ontving van Inspectie Leefomgeving en transport. Deze had in een reactie antwoord gegeven op de brief die CTGG had gestuurd naar aanleiding van een schrijven van de Inspectie over het verbod op het openen van ADR verpakkingen door chauffeurs.

CTGG zal met deze uitspraak alsnog in gesprek gaan met ILenT.

Zie hier de brief van ILenT op het schrijven van CTGG.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutubeinstagramby feather

IlenT reageert op CTGG reactie ‘openen van ADR verpakkingen door chauffeurs’.

De Inspectie Leefomgeving en transport heeft een reactie gegeven op de brief die CTGG heeft gestuurd naar aanleiding van een schrijven van de Inspectie over het verbod op het openen van ADR verpakkingen door chauffeurs. Hierna volgt de brief.

In uw brief van 27 juli 2015 geeft u een reactie op mijn schrijven van 8 mei 2015 over het verbod van het openen van colli met gevaarlijke stoffen. Mijn brief heb ik geschreven met het oog op een aantal dagelijkse praktijken waar de inspectie tegenaan loopt en die het noodzakelijk maken om hiertegen handhavend op te treden. Ik hoop aan de hand van een korte beschrijving van deze praktijkgevallen meer duidelijkheid, en dus ook een nog betere onderbouwing te geven van de strekking van de inhoud van mijn schrijven van 8 mei jl.

In de volgende gevallen heeft de inspectie geconstateerd dat de chauffeur / bijrijder verpakkingen heeft geopend en dus in strijd met 7.5.7.5 en 8.3.3 ADR heeft gehandeld:

1. Het lossen van zoutzuur vanuit een IBC (onder druk) bij een zwembad. Hierbij is er een slang geklapt waarbij de chauffeur onder de zoutzuur kwam en het zwembad is ontruimd;

2. Het lossen van een zuur vanuit een IBC (vrije val, vanaf het voertuig) bij een bedrijf in een andere IBC. Per abuis is voor lossing de verkeerde IBC gebruikt waar nog restant van een base inzat. Chauffeur is met een trauma helikopter afgevoerd;

3. Het lossen van chemicaliën (oplosmiddelen) vanuit stalen drums in verpakkingen bij een klant binnen de inrichting. Deze drums werden onder druk gelost met behulp van een in het voertuig meegevoerde drukhouder met stikstof;

4, Het lossen van chemicaliën onder druk vanuit stalen IBC’s in installaties binnen inrichtingen;

5. Het vullen van drukhouders medicinale zuurstof bij patiënten thuis vanuit een in het voertuig aanwezige drukhouder (openbare weg);

6. Het vullen van installaties met CO2 vanuit een in een voertuig aanwezige drukhouder (openbare weg);

7. Het vullen van installaties en verpakkingen vanuit een in een voertuig aanwezige gesloten cryohouder (binnen inrichtingen en op de openbare weg);

8. Het afvullen van diverse oplosmiddelen en zuren/logen vanuit de in een voertuig aanwezige drums en cans bij garagebedrijven (openbare weg);

9. Het afvullen van diesel vanuit IBC’s in personenauto’s, boten, vrachtwagens etc. (openbare weg);

10. Het afvullen van drukhouders niet LPG vanuit een in een voertuig aanwezige drukhouder bij marktkramen (openbare weg)

11. Het afvullen van kleine verpakkingen met een giftige vloeistof bij stomerijen vanuit een in een voertuig aanwezige drum.

Deze praktijken illustreren ook dat de chauffeur / bijrijder verpakkingen heeft geopend waarbij dit in een gesloten systeem gebeurt. Niettemin blijven genoemde handelingen strijdig niet bovengenoemde voorschriften. Verder kan hierover worden vermeld, dat veel van deze handelingen worden verricht om financieel voordeel te behalen. Immers, – indien de gevaarlijke stoffen rechtstreeks in installaties worden gepompt/gedrukt hoeft men geen verpakkingen in opslag te nemen; – verpakkingen worden direct weer mee retour genomen zonder statiegeld hiervoor te betalen; een stukgoedwagen is goedkoper dan een tankwagen; voor het lossen van tankwagens binnen inrichtingen moet aan veel eisen worden voldaan (vanuit de inrichtingseisen) die met genoemde handelingen veelal worden omzeild.

In uw schrijven geeft u aan dat zonder actieve vervoerovereenkomst de bemanning buiten de reikwijdte valt van voornoemde randnummers en artikel 2 Wvgs. Door het al of niet voor ontvangst aftekenen van een vervoersdocument is echter nog steeds sprake van vervoer van verpakte gevaarlijke stoffen, waarbij loshandelingen worden verricht (in dit geval openen van verpakkingen) en het weer mee retour nemen van deze verpakkingen. Er blijft in dit geval dus nog steeds sprake van een vervoershandeling in de zin van het ADR (zie ook: definitie 1.2 ‘Vervoer”: de verplaatsing van gevaarlijke goederen, met inbegrip van voor het vervoer noodzakelijk oponthoud en met inbegrip van voor het verkeer noodzakelijk verblijf van gevaarlijke goederen in de voertuigen, tijdens en na de verplaatsing). Ook blijven dergelijke handelingen binnen de reikwijdte van artikel 2 Wvgs vallen. In die zin blijft dus ook het begrip ‘bemanning’ overeind, ondanks uw betoog dat dit nergens blijkt uit de Wvgs, de regeling en/of haar bijlage ADR na aflevering bij een ontvanger.

Er zullen overigens altijd situaties zijn waarbij genoemde handelingen worden verricht waarbij de Wet vervoer gevaarlijke stoffen niet van toepassing is. Te denken valt hierbij aan handelingen die plaatsvinden tijdens het vervoer dat uitsluitend plaatsvindt binnen een inrichting als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet Milieubeheer (zie artikel 2, vierde lid Wvgs) of indien er gebruik wordt gemaakt van een vrijstelling genoemd in 1.1.3 van het ADR. Ook dan zullen al deze handelingen met de nodige zorgvuldigheid en veiligheidsmaatregelen moeten plaatsvinden door deskundig en opgeleid personeel en zoals u uiteraard ook terecht opmerkt, met inachtneming van de vigerende regelgeving zoals bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit.

Tenslotte geeft u aan dat u voornemens bent om in overleg te treden met het beleidsdepartement van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Tevens vraagt u of de Inspectie Leefomgeving en Transport bij een dergelijk overleg betrokken wil worden. Dit naar aanleiding van mijn statement in eerdergenoemd schrijven dat de inspectie zonder meer strafrechtelijk dan wel bestuursrechtelijk zult optreden bij het zien van het openen van colli door leden van de bemanning. Mijn reactie hierop is dat het u uiteraard vrij staat om hierover in overleg te treden met
Inspectie Leefomgeving erg Transport. Het is echter de vraag wat een dergelijk overleg nog meer toevoegt dan ik hier al heb geschreven. Voornoemde praktijkgevallen illustreren naar mijn mening immers voldoende waarom de inspectie geheel in lijn met de vigerende wet- en regelgeving handhavend hiertegen heeft opgetreden. De inspectie zal haar toezichtbeleid hierop dan ook niet wijzigen. Bovendien staat het een individuele betrokkene altijd vrij om tegen eventuele opgelegde sancties in bezwaar en beroep te gaan.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutubeinstagramby feather